12 september 2018

Wat houden de fases van de ABU precies in?

  • flexwerker
  • uitzendkracht
  • Leestijd: 5 minuten

De ABU heeft drie fases die de rechten van de uitzendkracht bepalen. Naarmate de flexwerker langer actief is bij het uitzendbureau, veranderen de rechten zoals bijvoorbeeld de loondoorbetaling bij geen werk.

In dit artikel kijken we naar de drie verschillende fases en de bijkomende rechten van de uitzendkracht volgens de ABU regeling.

Duur van de fases in ABU CAO
Fase A: 78 weken
Fase B: maximaal 4 jaar en 6 contracten
Face C: onbepaalde tijd

Fase A

Fase A is de instapfase van de ABU. Voor iedere week dat de uitzendkracht werkt, ongeacht de uren in die week, telt mee voor de telling van de duur van deze fase. Na 78 weken dat er gewerkt is, gaat de uitzendkracht naar fase B.

In fase A mag het uitzendbureau een onbeperkt aantal aan contracten aanbieden aan de medewerker. Wanneer een uitzendkracht 26 weken of meer niet werkt vervalt de telling van de 78 weken voor fase B. Wanneer er een onderbreking van 25 weken of minder plaatsvindt, gaat de teller van het aantal gewerkte weken door waar het gebleven was.

In fase A geldt een uitzendbeding. Dit maakt het verbreken van het contract gemakkelijker voor de uitzendkracht, uitzendbureau en de inlener. Hier geldt tevens ook, geen werk, geen loon.

Fase B

Fase B start wanneer fase A is afgerond. Wanneer een uitzendkracht 26 weken of meer niet heeft gewerkt tussen de fases, begint de medewerker weer in fase A. Het uitzendbeding dat in fase A gold, geldt niet meer voor fase B.

In fase B geeft het uitzendbureau tijdelijke contracten aan de uitzendkracht. Wanneer er een onderbreking van 13 weken of minder tussen de contracten zit, telt deze periode mee voor de telling voor fase C. De medewerker gaat namelijk naar fase C wanneer de uitzendkracht vier jaar aan contracten of zes contracten heeft gehad.

Wanneer een uitzendkracht in fase B zit en de opdrachtgever de opdracht beëindigd, moet het uitzendbureau passend vervangend werk regelen voor de uitzendkracht. Zo lang de uitzendkracht geen werk heeft, dient het uitzendbureau (een gedeelte van) het loon door te betalen. Ook het aantal uren dat in het contract met de uitzendkracht staat moet voldaan worden door het uitzendbureau. Wanneer er niet genoeg werk is voor de uitzendkracht om aan die uren te komen, moeten de resterende uren alsnog betaald worden door het uitzendbureau.

New call-to-action

Fase C

Fase C gaat van start wanneer fase B is afgerond. Deze fase lijkt veel op fase B, maar verschilt in het contract. In fase B is deze van bepaalde tijd, terwijl deze in fase C van onbepaalde tijd is. Het verbreken van het contract gaat dan ook niet zo gemakkelijk meer. Dit moet via het UWV WERKbedrijf of via een kantonrechter.

Wanneer het contract is beëindigd en binnen zes maanden een nieuw contract wordt afgesloten tussen de uitzendkracht en uitzendbureau, start de uitzendkracht in het begin van fase B. Bij een onderbreking van langer dan zes maanden, valt de uitzendkracht terug naar fase A.